De Lactatiekundige
De lactatiekunde IBCLC (International Board Certified Lactation Consultant) bestudeert het proces en de praktijk van borstvoeding. Hiervoor maakt een lactatiekundige gebruik van de voor de borstvoeding relevante kennis binnen andere terreinen van de wetenschap, zoals: anatomie, fysiologie, immunologie, voedingsleer en gedragswetenschappen.
Wanneer naar een lactatiekundige?
Wanneer u start met het geven van borstvoeding krijgt u vaak goede begeleiding van uw verloskundige, kraamverzorgende of verpleegkundige (ziekenhuis of consultatiebureau).
De meeste moeders ondervinden weinig problemen bij het geven van borstvoeding. Soms zijn er echter bijzondere omstandigheden of doen zich problemen voor waarbij specifieke kennis en ervaring nodig zijn. Lactatiekundigen zijn opgeleid om u hierbij te adviseren en te begeleiden. U kunt een lactatiekundige onder andere inschakelen bij:
Voorlichting en advies met betrekking tot borstvoeding
Problemen bij het aanleggen van de baby
Het weigeren van de borst
Pijnklachten
(Terugkerende) borstontstekingen
Onvoldoende groei van de baby
Vroeggeboorte
Ziekte of handicap van moeder of baby
Opnieuw beginnen met borstvoeding (relacteren)
Al uw overige vragen, onzekerheden of problemen bij borstvoeding
De Nederlandse Vereniging van Lactatiekundigen (NVL):
De Nederlandse Vereniging van Lactatiekundigen is in 1993 opgericht. Zij heeft tot doel, het beroep van de lactatiekundige meer bekendheid te geven, bij het publiek en binnen de reguliere gezondheidszorg. Daarmee samenhangend is zij in onderhandeling met ziektekostenverzekeraars om de aan lactatiekundige begeleiding
verbonden kosten in de verzekeringspakketten op te nemen.
Aanleggen; de juiste manier
(Bron: Stichting Zorg voor Borstvoeding, 2006)

Zorg dat je baby goed gesteund dicht tegen je aan ligt, met hoofd en lijfje in een lijn en met het neusje bij de tepel.
|
|

De baby zoekt de borst en doet haar mondje open. Vaak kun je zien hoe ze het tongetje uitsteekt.
|
|

Pas als het mondje heel wijd opengaat, trek je de baby met de billetjes dichter tegen je aan. Ze houdt haar hoofdje iets naar achter.
|
|

Zo gaat het goed: kinnetje tegen de borst, het neusje vrij, en het is een prettig gevoel. Eerst zuigt de baby snel en na een poosje gaat ze rustig drinken. Je hoort haar slikken.
|
|

Soms stroomt de melk zo hard dat ze loslaat. Geen probleem, gewoon opnieuw beginnen. |
|

Als voeden pijn doet, haal je haar van de borst af. Dat doe je door met je pink in haar mondhoek het vacuüm te verbreken.
Kijk altijd of je baby aan de andere borst nog verder wil drinken. Als ze goed is aangelegd, kun je voeden zo vaak en zo lang jij en je kind prettig vinden. Voeden naar behoefte zorgt voor melk naar behoefte: er is altijd genoeg.
|
|
|